Opgelet!

Dit werkinstrument heeft geen bindende legale waarde. Het is een referentiedocument gebaseerd op juridische analyse


Vlaams decreet “ leerlingen”

 

Er bestaat onenigheid over de toepassing van het Decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid (K.B. 23 september 2008) op leerlingen.

Het zou natuurlijk logisch zijn dat het decreet de leerlingen beschermt tegen discriminatie.

De onenigheid vindt haar oorsprong in de voorbereidende werkzaamheden rond het betrokken decreet. In de nota aan de regering (VR 2008 1502 DOC.0095) stelde de bevoegde minister met betrekking tot artikel 20:

“Dit artikel omschrijft het toepassingsgebied van het decreet, doch slechts in algemene termen en dus zonder een opsomming van de concrete actuele bevoegdheden. Zodoende wenst de decreetwetgever de ruimte te laten voor een ruime interpretatie van zijn bevoegdheden, evenals voor eventuele toekomstige bevoegdheidsuitbreidingen. De beschrijving van de werkingssfeer is zoveel als mogelijk geënt op de bewoordingen, gebruikt in de Europese richtlijnen”.

De memorie van toelichting, artikelsgewijze toelichting, is na het onderzoek aangaande de mogelijke toepassing in het onderwijs op de verschillende personeelsstatuten, duidelijker:

Het stelt namelijk duidelijk dat artikel 20, 5° van het decreet gebaseerd is op artikel 3, lid 1, g) van de Richtlijn 2000/43/EG.

Uit de voorbereidende werkzaamheden rond deze Richtlijn 2000/43/EG blijkt dat onder ‘onderwijs’ onder andere de toegang tot het gesubsidieerd onderwijs moet worden verstaan, evenals de verstrekking van studiebeurzen (cf. Voorstel van richtlijn van de Raad houdende tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming, COM (1999) Def., 8). …”

Hieruit kan dus afgeleid worden dat niet alle mogelijke problemen van leerlingen gedekt worden door het decreet.

De oorsprong van deze restrictieve interpretatie van het begrip ‘onderwijs’ (toegang, studiebeurzen) is terug te vinden in de rechtspraak die steeds gelinkt is aan de economische grondslag van de Europese Gemeenschap .

De materie is bijzonder ingewikkeld en er kunnen andere instrumenten aangewend worden.

Deze ontwikkelingen blijken uit de bijdrage van A. OVERBEEKE, “Non-discriminatie en gelijke kansen inzake schoolkeuze in het Vlaamse onderwijs – requiem voor het toelatingsbeleid van identiteitsgebonden instellingen?”, Maklu, 2003, Vrijheid en Gelijkheid, De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet.

Twee recente uitspraken (Rechtbank van Eerste Aanleg van Gent, 29 juli 2009; Rechtbank van Eerste Aanleg van Leuven, 27 juli 2009) betwisten het belang van deze onenigheid. Ze passen dit decreet daadwerkelijk toe om aan leerlingen het recht om niet gediscrimineerd te worden in het onderwijs van de Vlaamse gemeenschap toe te kennen. Beide rechtbanken baseerden zich op het decreet om te stellen dat het weigeren van tolken gebarentaal een discriminatie inhoudt t.o.v. dove leerlingen.
 

Print deze pagina Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype Any Surfer website