Opgelet!

Dit werkinstrument heeft geen bindende legale waarde. Het is een referentiedocument gebaseerd op juridische analyse


Juridische normen

 

Verschillende normen komen in het debat aan bod. Deze kan u integraal terug vinden op de website van het Centrum.

 

De voornaamste zijn:

 

► Op internationaal niveau

 

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

 

Art. 9. Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst

  1. Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door de eredienst, door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing ervan en het onderhouden van de geboden en voorschriften.
     
  2. De vrijheid van godsdienst of overtuiging te belijden kan aan geen andere beperkingen zijn onderworpen dan die welke bij de wet zijn voorzien, en die in een democratische samenleving nodig zijn voor de openbare orde, gezondheid of zedelijkheid of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Europees Handvest voor de Grondrechten

 

Artikel 10 voorziet: “Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé, zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in de praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.”

 

Artikel 21 verduidelijkt: “Elke discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuigingen, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, is verboden.”

 

Richtlijn 2000/78/EG

 

Artikel 1: Deze richtlijn heeft tot doel met betrekking tot arbeid en beroep een algemeen kader te
creëren voor de bestrijding van discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, zodat in de lidstaten het beginsel van gelijke behandeling toegepast kan worden.

 
Kaderbesluit racisme 2008

 

In het eerste artikel worden de Lidstaten uitgenodigd om maatregelen te treffen zodat strafbaar worden:

“a) het publiekelijk aanzetten tot geweld of haat jegens een groep personen, of een lid van die groep, die op basis van ras, huidskleur, godsdienst, afstamming, dan wel nationale of etnische afkomst wordt gedefinieerd;
 b) het begaan van een onder a) bedoelde gedraging door het publiekelijk verspreiden of uitdelen van geschriften, afbeeldingen of ander materiaal;
 c) het publiekelijk vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in de zin van de artikelen 6, 7 en 8 van het Statuut van het Internationaal Strafhof, gericht tegen een groep personen, of een lid van die groep, die op basis van ras, huidskleur, godsdienst, afstamming dan wel nationale of etnische afkomst wordt gedefinieerd indien de gedraging van dien aard is dat zij het geweld of de haat tegen een dergelijke groep of een lid van een dergelijke groep dreigt aan te wakkeren;
 d) het publiekelijk vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren van de in artikel 6 van het Handvest van het Internationale Militaire Tribunaal, gehecht aan het Verdrag van Londen van 8 augustus 1945 omschreven misdrijven, gericht tegen een groep personen, of een lid van die groep, die op basis van ras, huidskleur, godsdienst, afstamming dan wel nationale of etnische afkomst wordt gedefinieerd, indien de gedraging van dien aard is dat zij het geweld of de haat tegen een dergelijke groep of een lid van een dergelijke groep dreigt aan te wakkeren.”

 

► Op nationaal niveau

 

De Belgische Grondwet

 

Artikel 19 stelt dat: “De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd”.

 

De federale Antidiscriminatie - Antiracismewetten (10/05/07)

 

Verbieden de directe en indirecte discriminatie op grond van geloof of levensbeschouwing in die sectoren van het dagelijkse leven die onder de bevoegdheid van de federale wetgever ressorteren.

 

De ADAR decreten en ordonnanties van Gemeenschappen en Gewesten

 

Verbieden de directe en indirecte discriminatie op grond van geloof of levensbeschouwing in toepassingsgebieden die onder hun bevoegdheid vallen (beroepsopleiding, plaatsing van werknemers, sociale woningen, onderwijs…).

 

De “Neutraliteitsdecreten” inzake onderwijs

 

Franse Gemeenschap (31/03/94 en 17/12/03).
Vlaamse Gemeenschap (14/07/98).
Duitstalige Gemeenschap (31/07/98 en B.Reg. 11/05/00).

 

Voorzien de neutraliteit van de leerkrachten van het officieel onderwijs en bekrachtigen een vorm van autonomie voor de scholen inzake de mogelijkheid om het dragen van godsdienstige tekens door de leerlingen te verbieden.

 

Bepaalde collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO)

 

CAO 38 betreffende de aanwerving en selectie van werknemers

 

Voorziet in artikel 2bis: “De aanwervende werkgever mag de sollicitanten niet op een discriminerende wijze behandelen.
De werkgever moet tijdens de procedure alle sollicitanten gelijk behandelen. Daarbij mag hij geen onderscheid maken op grond van persoonlijke elementen, wanneer deze geen verband houden met de functie of met de aard van de onderneming, behalve indien zulks wettelijk wordt vereist of toegelaten. Zo mag de werkgever in principe geen onderscheid maken op grond van leeftijd, geslacht, burgerlijke stand, ziekteverleden, ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming, politieke of levensovertuiging en lidmaatschap van een vakbond of een andere organisatie, seksuele geaardheid, handicap.” 
 
CAO 95 betreffende de gelijke behandeling gedurende alle fasen van de arbeidsrelatie

 

Drukt in artikel 2 het volgende uit: “Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder het beginsel van gelijke behandeling in arbeid en beroep verstaan, de afwezigheid van elke vorm van discriminatie op grond van leeftijd, geslacht of seksuele geaardheid, burgerlijke staat, ziekteverleden, ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming, politieke of levensovertuiging, handicap, lidmaatschap van een vakbond of een andere organisatie.” 
  

Artikel 3 voorziet: “Gedurende de arbeidsrelatie mag de werkgever geen onderscheid maken op grond van de in artikel 2 bedoelde elementen, wanneer deze geen verband houden met de functie of de aard van de onderneming, behalve indien zulks wettelijk wordt vereist of toegelaten.”
 

Print deze pagina Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype Any Surfer website