Opgelet!

Dit werkinstrument heeft geen bindende legale waarde. Het is een referentiedocument gebaseerd op juridische analyse


Context en doelstellingen

 

Waarom deze website?

Informeren om te debateren

Tweevoudige doelstelling

Tekens en praktijken

 

► Waarom deze website?

 

Het Centrum ontvangt regelmatig vragen over het veruiterlijken van religieuze en ideologische overtuigingen. De hoofddoek, in het bijzonder, geeft aanleiding tot debat binnen de samenleving. 

 

Enerzijds willen mensen die gedwongen worden om hun hoofddoek uit te laten, weten of het al dan niet om een discriminatie gaat. Anderzijds vragen werkgevers aan het Centrum of het gerechtvaardigd is dat ze, in het kader van een arbeidsreglement, een verbod op veruiterlijkingen van religieuze overtuigingen opleggen. Verder hebben een aantal openbare diensten vragen rond de neutraliteitsverplichting die zij in acht dienen te nemen.

 

Parallel met de werkzaamheden van de Commissie voor de Interculturele Dialoog, heeft het Centrum in 2005 een studie uigevoerd over religieuze tekens in de Belgische samenleving. De titel van dit onderzoek is: “actieve publieke uiting van religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen”.

 

In de loop van 2008 heeft het Centrum de gelegenheid gehad om samen te werken met de Haute Autorité de Lutte contre les Discriminations et pour l’Egalité (HALDE-Frankrijk) en de Commissie voor mensenrechten uit Quebec. De uitwisselingen betroffen de afweging tussen de neutraliteit van de Staat en de overlegde aanpassing op grond van het criterium godsdienst.

 top

 ► Informeren om te debateren

 

Het Centrum beperkt zich hier tot het verstrekken van informatie en aanbevelingen die stoelen op juridische analyse. Het doel van deze website is om burgers te informeren over hun rechten en plichten. Verder kan het ook een hulpmiddel zijn voor openbare diensten om de hele problematiek zo objectief mogelijk te benaderen. Deze discussie kadert in een ruimer democratisch debat waarin alle veruiterlijkingen van overtuigingen aan bod moeten komen. Het gaat dus niet alleen over religieuze veruiterlijkingen, maar eveneens over filosofische of politieke veruiterlijkingen.

 

Het is vanzelfprekend dat we deze normatieve aanpak niet kunnen beschouwen los van de “maatschappelijke debatten” die de veruiterlijkingen van overtuigingen oproepen.

Deze debatten zijn gemakkelijk op te sommen. Het gaat onder meer om:

  1. De veruiterlijkingen van religieuze en andere overtuigingen, van welke aard ook, roepen onvermijdelijk de vraag op van de religieuze, politieke of levensbeschouwelijke “bekeringsijver”. Dergelijke bekeringsijver kan ongewenst zijn in bepaalde situaties die zich in het sociale leven voordoen (denken we hierbij aan de school of aan de werking van openbare diensten). Waar begint de bekeringsijver? Kunnen religieuze bekeringsijver en politiek militantisme gelijkgesteld worden en dus, eventueel, hetzelfde verbod ondergaan, enz.
     
  2. Het dragen van, meer bepaald, de hoofddoek wakkert het debat aan rond de plaats van de vrouw en de gelijkheid vrouw/man. De standpunten staan lijnrecht tegenover elkaar. Enerzijds zij die menen dat de hoofddoek moet bestreden worden omdat het een onderdrukkingsmiddel is voor de vrouw, anderzijds zij die dergelijk standpunt verwerpen en het dragen van de hoofddoek beschouwen als de gerechtvaardigde uitdrukking van een religieuze of culturele identiteit, of nog als een gewone religieuze of culturele praktijk waarvan het verbod niet kan gerechtvaardigd worden. Bij deze laatste menen sommigen dat de verschillende vormen van een verbod op het dragen van een hoofddoek, een discriminatie inhoudt, die dus het voorwerp zou moeten uitmaken van systematische sancties.
     
  3. Het conflict tussen een aantal waarden en de vertuiterlijking van een overtuiging. De waardenconflicten die het meeste voorkomen zijn de volgende:
  • individuele vrijheid, of vrijheid van levensbeschouwing
    VERSUS
  • veiligheid en openbare orde
  • ondernemingsvrijheid/contractuele vrijheid
  • neutraliteit van de staat
  • vrijheid van onderwijs  

Het Centrum neemt in deze debatten geen standpunt in. Zulke discussies maken namelijk deel uit van een ruimer democratisch debat waarin het standpunt van alle burgers, verenigingen, instellingen, partijen, universiteiten, enz. hun belang hebben. Het Centrum wil zich niet uitspreken voor al deze actoren maar het wil wel een dergelijk debat aanmoedigen en zijn bijdrage leveren.

 top

► Tweevoudige doelstelling

 

Het Centrum is van mening dat dit maatschappelijke debat moet leiden tot een harmonisatie van de interculturele samenleving, waarin respect voor ieders overtuiging gevrijwaard wordt. Daarom heeft het Centrum een uitgesproken voorkeur voor onderhandelde oplossingen.

top

 ► Tekens en praktijken

 

Laten we tenslotte verduidelijken dat dit instrument zich beperkt tot “veruiterlijkingen van overtuigingen”. Het gaat hier dus om voorwerpen, beelden, kleren of andere symbolen die uitdrukking geven aan het behoren tot een religieuze, levensbeschouwelijke of politieke overtuiging. Dit zowel voor de persoon die de veruiterlijking uitzendt als voor de persoon die de veruiterlijking ziet en/of interpreteert. (zie fiche Veruiterlijkingen van overtuigingen)

De lezer zal hier dus geen informatie vinden over specifieke religieuze praktijken (bidden, vasten, sabbat, offers, feestdagen, …) of over praktijken die door een religie opgelegd worden (zoals de weigering om een hand te drukken, zich door een man/vrouw te laten verplegen, voeding,…).

 

De werkzaamheden inzake veruiterlijkingen van overtuigingen zullen zich de volgende maanden verderzetten en focussen op religieuze en andere overtuigingspraktijken (voeding, feestdagen, religieuze en/of culturele rites, plaats en ogenblik van het bidden, enz). Dit aspect werd om methodologische redenen (het gaat hier om andere normen waar rekening mee dient gehouden te worden ) even terzijde geschoven.

 

In het kader van de Rondetafels van de Interculturaliteit laat het Centrum een onderzoek ten gronde uitvoeren inzake harmonisatiepraktijken en redelijke oplossingen, met het oog op het in kaart brengen van de praktijken (“goede praktijken” of “slechte praktijken”) die thans in het Belgische sociale leven gangbaar zijn (bedrijven, openbaar ambt, scholen, ziekenhuizen, enz) en ze dan te confronteren met de verwachtingen van de verschillende gemeenschappen en/of culturele minderheden. Na deze studie zal het, zoals nu, een aantal grote opties naar voor schuiven en daaraan een aantal aanbevelingen koppelen. 

top
 

Print deze pagina Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype Any Surfer website