Opgelet!

Dit werkinstrument heeft geen bindende legale waarde. Het is een referentiedocument gebaseerd op juridische analyse


Algemene principes en aanbevelingen

 

Om welk domein of welke sector het ook gaat, het Centrum stelt voor om een beroep de doen op de volgende begrippen: 

  • Eén basisprincipe
  • Twee pijlers
  • Vier harmoniseringsprincipes

 ► Eén basisprincipe

 

Het basisprincipe is de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om zijn overtuigingen op een vredelievende wijze te uiten en te veruiterlijken. Dit principe wordt bekrachtigd door meerdere juridische teksten, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Belgische grondwet. Het is één van de pijlers van de democratische samenleving.
 

Het is zo dat geen enkele, zelfs fundamentele, vrijheid absoluut is. Ze kan dus het voorwerp uitmaken van zekere beperkingen. Eventuele beperkingen moeten echter zorgvuldig omschreven en gerechtvaardigd worden, alsook proportioneel zijn. De bepaling van dergelijke beperkingen mag in geen geval het voorwerp uitmaken van individuele beslissingen. Een juist evenwicht vinden vereist transparantie en dialoog. De wetgever en de burgers moeten dit evenwicht bewaken.
 

Twee pijlers:

 

1) de culturele diversiteit en het pluralisme zijn een rijkdom voor onze samenleving. Dit neemt niet weg dat er een spanning kan bestaan tussen de uitdrukking van de diversiteit en het beleven van gemeenschappelijke basiswaarden. Met dit instrument wil het Centrum het samenleven promoten, gesteund op de interculturele harmonisatie en het respect voor de overtuiging van elkeen. Daarom meent het Centrum dat een algemeen verbod op de veruiterlijking van overtuigingen niet gerechtvaardigd zou zijn.

 

2) de interculturele en interlevensbeschouwelijke harmonisatie moet, waar mogelijk, bereikt worden door onderhandelde oplossingen. Een oplossing steunend op burgerschap en bereikt na onderhandeling en compromis, is verkiesbaar boven de tussenkomst van het gerecht of de wetgever (hoewel deze beide paden niet a priori uit te sluiten zijn). De Belgische samenleving is gewapend met gezond verstand en een lange ervaring om tot een compromis te komen. De verschillende actoren kunnen zich hierop buigen om inzake veruiterlijkingen van overtuigingen een onderhandelde toegeving te bereiken. Het Centrum formuleert duidelijke aanbevelingen om tot dergelijke overlegde aanpassingen te komen: noodzaak, dialoog, transparantie en proportionaliteit.
 

 Vier harmoniseringsprincipes

 

Het basisprincipe is de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om deze overtuigingen te veruiterlijken. Geen enkele, zelfs fundamentele, vrijheid is absoluut. Eventuele beperkingen moeten zorgvuldig omschreven en gerechtvaardigd worden, alsook proportioneel zijn. Om beperkingen te definiëren, stelt het Centrum voor om te werken met vier harmoniseringsprincipes:

 

1) het principe van overleg in elk stadium van het besluitvormingsproces

2) het principe van de noodzaak van het verbod (“Is het verbod echt nodig?”)

3) het principe van de proportionaliteit van het verbod ("Staat de maatregel in verhouding tot de nagestreefde doelstelling?","Wie wordt er - direct of indirect - geraakt door de maatregel", "In welke situaties is de maatregel van toepassing?")

4) het principe van transparantie en motivatie van het verbod

 

 

Print deze pagina Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype Any Surfer website